Dutch
aan
English
to, on, of

Example sentences

WordExampleTranslation
aanExampleDe gele auto komt aan bij het hotel.TranslationThe yellow car arrives at the hotel.
aanExampleDe vrolijke man kleedt zich eindelijk weer aan.TranslationThe cheerful man finally puts on clothes again.
aanExampleDe vaders zijn aan het koken voor de kinderen.TranslationThe fathers are cooking for the children.
aanExampleZe geeft de kleren aan haar zus.TranslationShe gives the clothes to her sister.
aanExampleHet weerbericht raadde aan om binnen te blijven.TranslationThe weather report recommended staying inside.
Learn Dutch in just 5 minutes a day. For free.