Dutch

waar

English
where, true, that (with preposition)

Example sentences

WordExampleTranslation
waarExampleDat potlood waarmee je aan het schrijven bent is van mij.TranslationThat pencil with which you are writing is mine.
waarExampleWaar is zijn dochter mee aan het spelen?TranslationWhat is his daughter playing with?
waarExampleIs het waar dat u het wachtwoord bent vergeten?TranslationIs it true that you forgot the password?
waarExampleWeten jullie waar mijn huis is?TranslationDo you know where my house is?
waarExampleWaar zijn de witte vogels?TranslationWhere are the white birds?

See also:

Learn Dutch in just 5 minutes a day. For free.